Wanneer de naam van een traditioneel product eenmaal is geregistreerd en dat product dus een van de drie kwaliteitsmerken mag dragen, garandeert de EU dat anderen die beschermde benaming niet misbruiken. Piacentinu Ennese Om bij het voorbeeld van Piacentinu Ennese te blijven: alleen kaas die in de provincie Enna op Sicilië volgens een duidelijk omschreven methode van melk van een bepaalde schapensoort wordt gemaakt, mag deze naam dragen. Producenten van zulke kaas mogen voortaan het EU-logo "Beschermde oorsprongsbenaming" erop zetten. Sinds het begin in 1992 beschermt deze regeling al veel beroemde producten, denk maar aan Parma, Roquefort en Gouda. Het gaat om drie keurmerken: 1) Beschermde oorsprongsbenaming (BOB): Landbouwproducten en levensmiddelen die in een bepaald geografisch gebied volgens erkende methoden worden vervaardigd, verwerkt en bereid. 2) Beschermde geografische aanduiding (BGA): Landbouwproducten en levensmiddelen die een nauwe band hebben met een geografisch gebied. Van de productie-, de verwerkings- en de bereidingsfase moet er minstens één in het gebied plaatsvinden. 3) Gegarandeerde traditionele specialiteit (GTS): Levensmiddelen met een, wat samenstelling of productiemethode betreft, traditioneel karakter. Tot nu toe zijn er 505 producten geregistreerd als BOB, 465 als BGA en 30 als GTS. Zo'n registratie komt er niet zomaar. De EU moet eerst een officiële aanvraag krijgen en andere producenten kunnen daartegen bezwaar aantekenen. Voor wijn en sterke drank geldt er in de EU overigens een aparte etiketteringregeling. Betere kwaliteitslabels De EU wil de regeling voor kwaliteitskeurmerken nu verbeteren. De Commissie heeft in december 2010 een paar wetsvoorstellen gedaan om de regels te stroomlijnen en de keurmerken praktischer en duidelijker te maken. Volgens een studie bedroeg de totale omzet aan BOB- en BGA-producten in 2007 al zo'n 14 miljard euro. |